Verslag Theo Homan van PBP 2015

21 augustus 2015

Theo Homan startte maandag 17 augustus op de randonneurstocht Parijs -Brest-Parijs.
Deze 1230 kilometers hebben in Frankrijk een status vergelijkbaar met onze elfstedentocht.
Theo is meteen na thuiskomst in de pen geklommen en schreef onderstaand verslag. Zijn schrijfkunst is bijna zo goed als zijn roeifietstechniek, dus het is een aanrader om te lezen!!

PBP2015
Zondagmiddag ruimschoots op tijd in het hotel. Nogmaals de kabels nagekeken, de tas voor de derde keer ingepakt en bedenken wat ik vergeten ben. Kortom, de gezonde spanning die een beetje begint op te spelen. In de middag al even kunnen slapen en nu vroeg naar bed.

De hotelkamer gaat een beetje heen en weer, schuddend lig ik in bed. Het duurt me te lang en ik kijk op mijn horloge. Het is half vier en dus kan ik er maar beter direct uitgaan, om vijf uur moet ik toch starten. Ik ga toch even buiten kijken, er blijkt een aardbeving te zijn geweest. Het hotel is in vier stukken gebroken en in de nabijgelegen spoorlijn zitten grote bulten. Als ik weer naar binnen ga zijn al mijn spullen weg. Ik ga snel op zoek en vindt onder de vloeren van de over elkaar geschoven hotelkamers een deel terug. In een kamer ligt een lange slanke vrouw op een stapel matrassen en onder vijf dekbedden maar zij heeft niets gevonden. In een andere kamer, die een ritssluiting heeft als toegang (we hebben pas twee weekenden gekampeerd dus die snap ik), zit een stelletje met kaarsjes en een glaasje wijn. Ze waren niet blij mij te zien. Ik excuseer me en begin te roepen: ik ben mijn eten kwijt en moet morgen fietsen, help me. Van alle kanten komen mensen met reepjes, koekjes, energiedrank en andere zoete bende en ik weiger het beleefd. Dan ga ik zelf op zoek en vind tussen de enorme chaos in ijsschotsen en watervallen een pak gevulde koeken, meet enige schaamte neem ik ze mee, dat zou weleens lekker kunnen zijn. Dan vraag ik me af waar mijn auto is. Ik zie een grote man een uitgebrande auto optillen en weggooien en vraag het hem. Hij lacht en zegt dat hij mijn auto wel heeft gezien maar dat ik daar niet vrolijk van zal worden. Dan wordt ik echt wakker en heb geen idee waar ik ben. Ik kijk eerst maar eens op mijn horloge, half elf. Pffff….dit gaat een lange nacht worden is het eerste wat ik denk.

Uiteindelijk valt het mee. Eerst even een klein ommetje buiten gemaakt, ik ben een beetje beduusd. Daarna toch weer snel in slaap gevallen en geen gekke dingen meegemaakt. Maar ja, met wie kan ik hier nu over praten? In ieder geval ben ik nu blij dat ik het van me af kan schrijven en het is wel een strak begin voor een verslag. Ik bedoel, zoiets verzin je toch niet? En als ik het wel verzonnen had was ik schrijver geworden in plaats van roetser.

Grofweg starten slechts 1000 van de totaal 6000 deelnemers op de maandagmorgen, de rest is de avond daarvoor al vertrokken. De vorige keren heb ik dat ook gedaan maar omdat je dan begint met de nacht zul je drie nachten (half)fietsend moeten overbruggen. Nu zouden het er maar twee zijn. Bij de start is het aangenaam rustig en gezellig, geen lange rijen wachtende fietsers tot ze los mogen. Daarnaast starten de velo speciaux, zoals de Fransen dat zo mooi noemen, als eerste. Dus bij aankomst direct via een aparte route naar de start, wat een VIP behandeling. Zeer vriendelijk en relaxed werd de startstempel uitgereikt en ik voelde me helemaal rustig worden. Wat een verschil met de avondstart van 5000 man, nu staan we met circa twintig speciale fietsen vooraan en hebben ieders aandacht. Ik ben vroeg en in enige afzondering steek ik een sigaartje op. Met wie zou ik hier over kunnen praten?

Het verslag begint al aardige vormen aan te nemen dus we gaan los. Ik zet mij achter een mix tandem en zo rond de dertig gaat het ontspannen. Al vlot worden we ingehaald door de na ons gestarte racefietsers die vol met adrenaline en roepend en schreeuwend de vroege Franse morgen doen ontwaken. Even denk ik om aan te haken maar ik had mee voorgenomen om het niet te doen en doe het dus ook niet. In tegenstelling tot de sigaartjes die ik mij me heb.

Het voordeel van de morgenstart doet zich gelden. De hele dag kan ik aanhaken bij groepjes met de juiste snelheid en gaat het lekker. Zo lekker dat ik na twaalf uur al op de helft van de heenweg ben. Hier neem ik een wat langere pauze, bezoek een supermarkt en probeer goed te eten. Wat ik al aan voelde komen bleek de waarheid, hoe lang kun je doen om een salade naar binnen te werken? Ik besluit het tempo drastisch te verlagen anders gaat mijn  maag het niet overleven. We gaan de eerste nacht in en komen op het vervelendste stuk van de route, de een na laatste etappe naar Brest. Matige wegen zonder belijning, lange en onregelmatige beklimmingen met soms steile stukken. Ook kun je in de nacht geen gebruik maken van het roleffect. Dus aan het eind van een afdaling even aanzetten en dan het eerste stuk van de volgende helling omhoog knallen. Dat gaat zeer goed op de roets maar dus niet in het donker. Hier halen we de eerste van de zondagavondstarters in en deze gaan dus hun tweede nacht in. Het effect is voor mij verbluffend. Bij de meeste is het tempo er volledig uit, ze rijden midden op de weg als er een streep is en hebben een onregelmatig tempo. Slaapgebrek, zo heb ik in de beginjaren ook gereden. Nu vraag ik me voor het eerst af of dit wel verantwoord is. Aan de ander kant vindt ik ook dat een mens veel meer zijn eigen verantwoording kan en moet nemen. Een grens bepalen is niet eenvoudig, hier kan ik vast met heel veel mensen over praten.

Normaal rij ik de eerste nacht door maar nu besluit ik aan het eind van deze etappe te gaan slapen om mijn maag tot rust te brengen. Na twee uur slaap probeer ik broodje weg te werken, na de tweede hap moet ik kokhalzen. In mijn hand vang ik het op en probeer de aftocht te blazen. Ooit heb ik eens van iemand gehoord dat cola de maag tot rust brengt, dus gewoon gekocht en geprobeerd. Er is nu maar een scenario, heel rustig verdergaan. Het ander scenario is om in Brest de trein te pakken maar dat is geen scenario natuurlijk. En het wonder geschied, elk half uur stop ik en drink wat cola. Daarbij wat pindas in plaats van de zoetigheid en ik voel me herstellen. Zo kan ik genieten als we brug naar Brest overgaan, een mooi spektakel over de haven, de stad en de heuvels. De ontvangst in Brest is bemoedigend, veel publiek, veel aanmoedigingen waaronder: je bent al op de helft…. Nou ja, het is beter dan je bent pas op de helft.

De cola werkt en het tempo gaat wat omhoog. Het vervelendste stuk blijkt bij daglicht een stuk minder zwaar te zijn en voor mijn gevoel knal ik over de heuvels. Zo gaat het steeds en gaan we de tweede nacht in. Niet voor de mannen en vrouwen van de zondagstart want voor hun is het de derde nacht. Nu wordt het echt  duidelijk dat dit de mensen zijn die moeten afzien. De meeste zien er niet uit (met alle respect) maar nu realiseer ik me dat ik dit nooit gezien heb. Altijd zaten we voorin en bleven voorin zodat we eigenlijk niets van het echte PBP hebben meegekregen. Nu realiseer ik me echt dat 330 kilometer per dag fietsen in een heuvelig Frankrijk geen kattepis is, en dat vier dagen achter elkaar. Opgeven is geen optie wordt weelens gezegd, nou, opgeven is wel een optie. En soms nog een verstandige ook. De snelste doen er iets minder dan twee dagen over en hebben (bijna) geen last van slaapgebrek maar zij doen het met volledige verzorging onderweg. Dus op elke stempelpost een nieuwe zak eten en drinken van de volgautos en door. Maar nu ik de echte strijd heb gezien vraag ik me af of dit wel de essentie van het randonneuren weergeeft.

Om 1 uur snacht ben ik op de volgende controle, slapen of nog door? Ik besluit tot het eerste en wordt na een uur wakker. Ik lig op een koude gangvloer en ben door en door koud. De echte randonneurs hebben een aluminium slaapdeken en hebben nergens last van, denk ik. Wat nu? Na een rondje over het terrein blijkt er boven een restaurant te zijn. Hier ligt het vol met slapende fietsers, nooit geweten dat je in een restaurant lekkerder zou kunnen slapen dan eten.

De laatste dag is dan nog 350 kilometer en is een herhaling van de vorige dag. Cola, pindas en Engelse drop. Vraag niet waarom maar ik schijn er prima op te fietsen. Ik geniet van de rollende heuvels, de dorpsfeesten en de versierde fietsen die overal in bomen en hekken hangen. Ook veel mensen die in hun voortuin een tentje hebben neergezet voor gratis koffie, chocolade, water, koekjes, broodjes etc etc. Voorgaande keren knalde ik hier voorbij maar nu bij een groot aantal gestopt, vooral vanwege de koffie. Maar, eerlijk is eerlijk, dit is wel de sfeer. Dit is waarom je weer 40 kilometer verder kunt tot het volgende punt. Zo wordt een 1230 kilometer lange fietstocht gewoon onderverdeeld in stukken van 40 kilometer. Dan zijn het er een stuk minder.

Heel veel mensen staan aan te moedigen, bon courage. Ik heb nooit echt geweten wat hiervan de letterlijk vertaling is maar nu toch maar opgezocht. Het betekent: veel geluk. Dat valt toch een beetje tegen, ik bedoel, geluk is handig maar daarmee ga je het niet redden. De laatste 140 kilometer zijn dan slechts een mentale kwestie, althans voor mij. Ik heb een ligfietser zo scheef zien zitten dat ik dacht dat hij er invalide van zou worden. Ik heb fietsers gezien die zich aan een trapleuning omhoog hebben gezeuld. Ik heb fietsers gezien die geholpen moesten worden bij het afstappen omdat ze hun been niet over het zadel konden krijgen. Ik heb mensen zien lijden, zien overleven en zien overwinnen. Dat is de grootste winst van de ochtendstart, ik heb het gevoel dat ik het veel meer meegemaakt heb. Nu, terwijl ik na twee biertjes dit verslag schrijf, maakt mij dat een gelukkig mens, misschien moet ik hier eens met iemand over praten.

Wat verder nog te denken van een duidelijk corpulente man die snachts om drie uur 6000 fietsers staat aan te moedigen? Wat te denken van al die vrijwilligers die het ons naar de zin willen maken? Wat te denken van de mensen die dit willen organiseren? En wat te denken van de mensen die dan ook nog een verslag van dit geheel maken omdat zij denken daar anderen een plezier mee te kunnen doen? Waarom zijn we wat we zijn en doen we wat we doen? In ieder geval heb ik tijd genoeg gehad om hierover na te denken. Maar als ik over vier jaar weer aan de start sta, heb ik volgens mijn vrouw niet erg mijn best gedaan met denken.

En tot slot, als laatste, de roets die weer mijn ro(e)ts in de branding was. En de lichamelijke ongemakken? Twee licht blaartjes op de rechterhand. In een goed gesprek met Derk toch maar eens kijken of dat niet onder de garantie valt.

G roets

Theo, die vooral genoten heeft, Homan