Zwarte Woud

2 mei 2011 Hoefen an der Enz

Het hotel in Germersheim is inmiddels driekwart leeg. Veel
standhouders en bezoekers zijn zondag al huiswaarts gegaan. Een rustig
ontbijt, lunchinkopen bij de Lidl en op pad.

Overigens hebben we gisteren een doos met overgebleven folders en wat
overbodige zaken mee kunnen geven aan Arnold ‘Raptobike’ en zijn vrouw
Marieke. Zij wonen in Uithoorn en stonden vorig jaar op de Spezi. Fijn
dat ze dit voor ons wilden doen.

Gisteren ook de banden van onze roetsen bijgepompt met de Topeak Morph
Turbo pomp. Eindelijk een draagbare pomp waarmee we probleemloos
pompen tot 6 bar, gekregen van Sinterklaas. Dank u sinterklaasje.

Bij Germersheim steken we de Rijn over. We laten de Rijn, die ons de
afgelopen week heeft begeleid, letterlijk en figuurlijk achter ons.

Het is ’s ochtends zonnig maar nog koud, vooral in de schaduw in de
wind, graad of 12. Snel wordt het warmer en het blijft grotendeels
zonnig met wat wolken, korte mouwen weer.

Fraaie landweggetjes en fijne dorpjes. Zagen we de dag voor
Germersheim bijna geen bloemen, nu zien we de eerste klaprozen en
korenbloemen. Over een paar dagen waarschijnlijk velden vol. We ruiken
wilde knoflook en bosuien. Veel aspergevelden en houtbedrijven. Horen
koekoeken, een ooievaar vliegt over. De eerste uitlopers van het
Zwarte Woud.

In Weingarten koffiestop. We worden verleid door een taartje met verse
aardbeien, dat kunnen de Duitsers goed.

Als we verder gaan, worden de heuvels serieus en soms al behoorlijk steil.

Soms onverharde knollenpaden steil omhoog of omlaag. Vaak zien we een
goed alternatief. Over het algemeen gaat de route goed. De route is
gepland met behulp van een van het internet geplukte duitse
fietsroutekaart. Vaak worden we zo over verrassend mooie wegen geleid.

De echt hoge heuvels komen steeds angstaanjagend dichter bij en dan is
er geen ontkomen meer aan. We voelen ons echt in het Zwarte Woud. Af
en toe goed stijgen over vaak adembenemend mooie weggetjes. Hard
werken. Op de toppen bijzondere vergezichten.

Ach ja, ‘wenn man nicht auf die Berge steigt, so sieht man auch nicht
in die Ferne’. Een waarheid als een Schwarzwalder koe.

Naar beneden gaat vaak als een speer. De roets wil wel. Vandaag tippen
we de 60 km/uur. Meestal dalen we voorzichtiger, zeker bij
onoverzichtelijke bochten of slechtere wegen.

Dan zien we een aardbeienkraam in de vorm van een aardbei. Doosje
aardbeien gekocht. Heerlijk, zo ontdekken we later op de middag.

Lunch aan een mooi zonnig weggetje door een bos, gezeten op een omgezaagde boom.

Verder maar weer. Vandaag hebben we een korte dagetappe gepland. Als
we nog zo’n vijf kilometer van onze eindbestemming verwijderd zijn, is
de weg erheen afgesloten, omleiding. We zien geen baustelle en gokken
erop dat de wegwerkers vandaag vrij hebben vanwege hun gisteren
gemiste 1 mei feestdag. Als het misgaat hooguit 4 kilometer
terugrijden. Prima weg met vers asfalt. Spectaculaire uitzichten, we
gaan soms hard naar beneden. Links van ons steile hellingen. Eventueel
terugrijden wordt geen pretje. Daar ineens de werklui. Zouden we er
langs kunnen? De werklui zijn ons goed gezind en wuiven ons er langs.
Zelfs een grote stomende wals gaat opzij.

Al om half vier komen we bij het hotel. We hadden best nog een tijdje
voort gekund. Wel lekker om eens op tijd te arriveren. Keurig, wat
oubollig hotel met dito gasten. De receptiedame heeft een rol stevige
tape voor ons waarmee we frame en zijtassen beplakken. De zijtassen
bonken en schuren tegen het frame zodat ze op een plek al na een paar
dagen waren doorgesleten aan de onderkant. In een regenbui worden de
tassen aan de binnenkant nat.

Daarna een uurtje in de kleine maar fijne wellness van het hotel. Er
staan zelfs gedroogd fruit en groente.

We eten ook in het hotel. In een belendend zaaltje het huwelijksdiner
van Peidi und Hetra.

Hanneke gunt zichzelf een aspergeorgie. Vooraf garnaaltjes met
aspergemouse. Dan asperges met ham. Ik heb vooraf asperges met
heerlijke aan de lucht gedroogde ham, dan een gevulde kippenborst,
veel lekkerder dan zo’n braziliaanse plofkip. Sauvignon Blanc uit de
Pfalz erbij.
3 mei 2011 Sulz am Neckar

Het ontbijt is overvloedig en goed verzorgd. Vers fruit in de musli,
lekker brood. Alleen was Hanneke vergeten de slaap uit haar ogen te
wrijven dus ze doet haar gebakken eitje op een plak beschimmeld brood.
Beschaamd haalt de oberes het beschimmelde brood weg.

De dag begint koud, erg koud. ’s Nachts heeft het geregend, zo zien we
aan de plassen op ons balcon. Het is gelukkig droog als we vertrekken.
De thermometer op Hanneke’s fameuze fiets-horloge geeft 9 graden aan.
Ach denkt Maarten, dat wordt vanzelf meer en gaat in korte broek op
pad.

Hoefen ligt aan de rivier de Enz. We zijn nu op weg naar het dal van de
rivier Nagoldt. En tussen twee rivierdalen liggen bergen en die moeten
we over.

We stijgen direct bij vertrek en dat gaat maar door. Als het fietspad
langs een drukke Bundesstrasse ophoudt, nemen we wijselijk een b-weg
langs een riviertje. In het begin erg slecht wegdek en steile
stijgingen. Wel adembenemend mooi. Bij iedere tien meter stijging
daalt de temperatuur met tienden van graden zo lijkt het. Het is zes
graden en we stijgen vrolijk door. Op het hoogtepunt van de weg is de
temperatuur op een dieptepunt, 3,4 graden. Het dalen is dan ook best
koud, hoge snelheid, wind.

Onze extensies lijden het meest. Hanneke’s tenen en Maarten’s vingers.
Tot op het bot verkleumd komen we beneden in een dorp en we duiken een
koffietent in. Extra kleren aan, opwarmen en weer op pad.

Ons spoor leidt een bos in, een onverhard pad. Dat wordt op gegeven
moment erg slecht, boomstronken gras modder, niet meer befietsbaar.
Terug dan maar. Dat betekent kilometers omrijden, via het dorp Calw
(uitspraak ‘Kalf’).

Calw is een fraai oud dorp. Erg mooie vakwerkhuizen. Hier stroomt
rivier de Nagoldt en die kunnen we volgen langs mooie makkelijke paden
tot in Nagoldt.

In Wildberg lunchen we. Het menu van de dag. Saladebuffet en een soort
kotelet met aardappelkroketjes. Best lekker en dat voor 6,80 euro.
Waar doen ze het van.

Na Nagoldt moeten we weer bergen over tot we bij de Neckar komen.
Dilemma: nemen we de geplande route meer naar het oosten, maar deels
over te drukke Bundesstrassen. Of volgen we een bewegwijzerde
fietsroute naar het westen die langer in kilometers is, en waarvan we
hopen dat deze over rustige weggetjes leidt. Geen idee welke route
minder hoogtemeters heeft.

We kiezen voor de onbekende fietsroute en hopen dat overal wegwijzers
staan. Rustige wegen inderdaad, vaak komen we niemand tegen (wie is
ook zo gek hier te fietsen terwijl het zo koud is).

Wel een eindeloze weg met veel hoogtemeters. Als we eindelijk afdalen
richting Horb am Neckar, komen we ineens door een industriegebiedje in
the middle of nowhere.

Horb is ook weer een leuk oud stadje met steile straatjes. Aggressieve
automobilisten die ons fietsers volledig onnodig afsnijden.

In Horb begint het fietspad langs de Neckar. Erg mooi weer. Velden vol
gele boterbloemen. Zelfs een enkel veld met nog bloeiende
paardenbloemen.

Sulz am Neckar is verder dan we gedacht hadden. Grotendeels makkelijk
fietsen. Uiteindelijk leggen we 90 kilometer af in plaats van de
geplande 75.

Ons gasthof voor de nacht is simpel maar ok. Vriendelijke behulpzame
eigenaren. Het gebruikelijke ritueel: roets poetsen (een roets heeft
net als een vrouw regelmatig aandacht en liefde nodig), batterijen aan
de lader, kleren en onszelf wassen.

Na een korte inspectie van het dorp besluiten we in ons gasthof te eten.
Aspergesoep, zuurkool met casselerib (smaakt lekker na zo’n koude dag)
en een jaegerschnitzel. Een Weissburgunder en een Spaetburgunder
begeleiden het geheel. Totale rekening is 40 euro voor twee. De
eetzaal zit vol bierdrinkende stamgasten. Ons hoofd vol met Duitse
schlagers gaan we op tijd naar bed.
4 mei 2011 Donaueschingen

Compleet ontbijt echter zonder vers fruit. Straks maar wat scoren. De
zon schijnt vrolijk buiten maar het is koud. Inmiddels gewaarschuwd
doen we een lange broek aan en ook een extra paar sokken: Hanneke over
haar tenen en Maarten over zijn vingers.De alleraardigste
hoteleigenaren kijken toe hoe we wegrijden op die vreemde fietsen.

Eerst een bospad langs de Neckar. Het is er in de schaduw berekoud,
2,4 graden. De eerste 8 km tot het volgende dorp is het reuzestil.
Welgeteld komen we tegen:
1 jogger,
Twee fietsers en
1 wandelaar met 1 hond.
Ook de komende dorpjes zijn zo goed als uitgestorven.

We horen fluitende vogels en ook regelmatig wilde zwijnen (niet lachen Theo).

Onderweg borrelen soms de vreemdste dingen door je hoofd op deze lange
fietsdagen. Een vraag komt steeds op: wat is een ‘hotel garni’?
Sommige hotels noemen zich zo, bijvoorbeeld het hotel dat we in
Germersheim hadden. We dachten eerst, dat is een hotel met restaurant
(garnituur), maar het hotel in Germersheim had geen restaurant. Nu
hebben we een idee, garni is een afkorting voor ‘gar nichts’, het
Germersheim hotel had ook niet zoveel. We moesten zelfs bedelen om een
armzalig stukje zeep. Wie helpt ons uit de brand en vertelt wat een
hotel garni is (Liz?).

Wat een schitterende route langs de Neckar. Soms fietsen we vlak langs
de Neckar, dan weer een eind erboven. In het nauwe dal vechten de
rivier, het treinspoor, de autoweg en het fietspad soms om ruimte.
Oogverblindende velden met gele biodiesel-bloemen.

We stijgen gestaag. Het laatste stuk voor Rottweil stijgen we harder.
Wat een mooi uitzicht over het dal.

In Rottweil schreeuwen onze lichamen om energie. Tijd voor een
koffiestop met schwarzwalder kirschtorte. Rottweil blijkt leuker dan
de naam doet vermoeden (een rottweiler is niet onze lievelingshond).
Smalle steile straatjes, fraaie gebouwen.

We strijken neer op een terrasje naast de markt. De temperatuur is er
inmiddels aangenaam genoeg voor, zo’n 12 graden. Op 1 taartje kunnen
we niet fietsen, dus we nemen op de markt ook nog een bratwurst met
biobroodje.

Na Rottweil houdt het Neckardal op. We fietsen over een glooiende
hoogvlakte. De Neckar is hier niet meer dan een kabbelend beekje.

Aangekomen in Schwenningen stoppen we bij de Neckarquelle. Tijd voor
het verorberen van de aardbeien van de markt.

Het is nu nog maar vijftien kilometer naar Donaueschingen. Nog steeds
over de hoogvlakte. We duiken een bos in. Onze fietsroute verwordt tot
een wandelpad, verboden voor fietsers. Doorfietsen maar, duitsers
maken sowieso weinig onderscheid tussen wandel- en fietspaden. Het pad
gaat over in een knollenweiland. We zouden toch niet dezelfde ervaring
krijgen als gisteren, dat we terugmoeten en kilometers omfietsen? Dan
maar een eindje lopen. Na een paar honderd meter wordt het ‘pad’ beter
en we kunnen weer fietsen. Die duitse fietsrouteplanner is ook hier
niet betrouwbaar gebleken. Enfin, we komen al snel op verharde wegen
en we zoeven voort, de laatste kilometers afleggend tot
Donaueschingen.

Na drie dagen Zwarte Woud zijn we eindelijk aangekomen in
Donaueschingen. Hier ontspringt de Donau, na de Wolga de langste
rivier van Europa. De Donau stroomt door / langs tien landen en mondt
na ruim 2800 kilometer uit in de Zwarte Zee.

Iets na drieen al zijn we er. Dit was de allerkortste dagetappe van
onze reis. In Schwenningen bleken we al ‘op hoogte’ te zijn. Wij
hadden ons geestelijk voorbereid op een flinke afdaling en dito
stijging.

Bij een lidl karnemelk met smaakje gekocht (melk of karnemelk zonder
smaak is niet te vinden).

Alleraardigste ontvangst door de eigenaar van het hotel. Mooie grote
kamer met balkon met uitzicht over de stad. Fietsen gestald in de
garage en ruim tijd om de stad te bezichtigen. Jugendstil-gebouwen. En
natuurlijk de Donauquelle. Frappant dat de Neckarquelle en Donauquelle
op amper vijftien kilometer van elkaar liggen. Het ene stroomgebied
(van de Rijn) eindigt in de Noordzee. Het andere stroomgebied in de
Zwarte Zee.

’s Avonds eten we een lekker lammetje en zwaardvis bij een Italiaan.
We hebben even geen zin in de gutbuergerlichen kost van ons hotel.

In Donaueschingen begint morgen het derde deel van onze reis. We
zullen de Donau volgen tot Wenen.