Ringvaart-regatta 2013

Theo Homan wint in 2013 voor de 2e keer de fameuze ringvaart regatta over 100 km
Onderstaand artikel schreef Theo voor het roeiblad van zijn roeivereniging, te leuk om de roeifietsers te onthouden vond ik.

Waarom doen we het?

Waarom doen we wat? Leven, werken, voortplanten en/of roeien, niet noodzakelijkerwijs in deze volgorde. Dit is het eerste wat bij me opkomt als ik een stukje schrijf over de Ringvaartregatta, een roeiwedstrijd over 100 kilometer. De gedachten gaan dan terug naar maart, harde tegenwind vanaf Amsterdam, natte rug van het opspattende water en koude handen, waarom doe ik dit? Of naar april, mogelijk nog kouder met nog meer wind en zere handen, billen en onderrug. In mei weliswaar beter weer maar dan zijn er weer die plezierboten met golven en vind ik mijzelf een sukkel om juist dan naar het Oosterdok in Amsterdam te roeien.

Zonder trainen een 100 kilometer roeien kan natuurlijk niet maar veel van de 150 deelnemende ploegen bestaan uit studenten die toch amper getraind zijn. Voor de studenten staat uitroeien dan ook voorop en je bent een hele peer als je de Ringvaart hebt volbracht. Het ultieme voorbeeld is mijn baas, een echte corpsbal die na 20 jaar nog trots is op zijn Ringvaart die hij in 12 uur geroeid heeft. Ik heb daar wel respect voor maar vraag me ook af waar je zoiets doet als je er zo lang over doet en daarbij zoveel pijn moet lijden.

Ongeveer 20% van de ploegen is echter wel serieus getraind en dat betekent dus dat als je besluit ervoor te gaan je weet wat je te wachten staat. Gewoon 100 kilometer bikkelen maar op het eerste stuk over de Kaag sloeg de twijfel al toe. Een niet eens zo harde wind maar wel roeiend aan lager wal zorgde voor een flinke golfslag en mijn skiff werd alle kanten opgegooid. Halfvol water, heen en weer slingerend en met zere onderarmen ploeterde ik over de Kaag. Het eerste moment van waar doe ik het voor was daar, wat een armoe eigenlijk. Maar mijn vader staat aan de Ringvaart op zijn fiets te wachten om me te begeleiden en die kan en wil ik niet teleurstellen, zo ben ik niet opgevoed. Gelukkig werd het op de Ringvaart rustiger en kwam het ritme snel in mijn lijf en de boot. Later hoorde ik dat een acht en een vier gezonken zijn, 3 kilometer geroeid en hun Waterloo gevonden, waar hebben zij het voor gedaan?

Bij Aalsmeer ontvingen wij de eerste bui, mijn vader druipend op zijn fiets en ik voel medelijden. Moet hij zich voor mij zeiknat laten regenen? Hij is net zo eigenwijs als ik en zijn dunne regenjasje helpt niet al teveel. Eigen schuld, denk ik nog, om daarna te concluderen dat ik zelf ook een beetje nat begin te worden. De lucht ziet eruit of het de hele dag niet meer droog wordt en ik denk maar weer eens : waar doe ik het voor? Maar na een kwartier geschiedt het wonder, het wordt droog en de regen die we daarna nog krijgen stelt niet veel meer voor. Het humeur wordt even beter om daarna snel in te kakken. Vanaf Sloten had ik tegenwind waarna ik me verheugde op het traject na Zwanenburg waarbij de wind weer mijn vriend zou worden. Dat gebeurde even maar de wind had andere gedachten met ons. Deze draaide weer naar zuidwest en ik moest het doen met nog maar 60 kilometer tegenwind. Waar doe ik het voor?

Toch kom je daarna in een flow, de wereld bestaat alleen nog maar uit wat water en een kwetsbaar bootje. Ik probeer te denken aan efficient roeien maar mijn gedachten dwalen veel af. Hoe kom je anders bijna 9 uur roeien door? Bij Lisse en de Kaag probeer ik in te schatten of mijn belangrijkste tegenstanders al in zicht komen maar ik zie niets. Vertwijfeling slaat toe, het gaat zo lekker, roeien zij dan zoveel harder? Ik voel me toch goed en besluit na 70 kilometer de turbo erop te zetten. Dan klinkt wel aardig maar in mijn geval betekende het dat ik in ongeveer hetzelfde tempo kon doorgaan. In Leidschendam bij de sluis is een verplichte rust en hier bleek dat ik toch een paar minuten ingelopen was op mijn tegenstanders. Het bleek dat deze constant met elkaar in gevecht waren geweest en in ieder geval leken zij verbaast mij zo vlak achter hun te zien. Dat gaf vertrouwen maar betekende ook dat ik de laatste 12 kilometer nog flink aan de bak moest, pffff.

Het eerste stuk na de stop is ook het lekkerst, als je althans een beetje masochistisch bent ingesteld. De blaren moeten zich dan opnieuw in je handen vormen en dat lukt niet, de een na de ander springt open en de warme lichaamssappen vloeien tussen de vingers. Dat wordt weer een heelproces van een paar weken, waar doe ik het voor?

Bij de finish voel ik me goed, een korte doch hevige adrenalinestoot geeft een gelukkig gevoel waarna de pijn in mijn onderrug het weer overneemt. Het is echter geheel volgens plan gegaan en mijn vader is blij voor me. We vieren de overwinning door samen een lekker biertje te drinken en een broodje hamburger te eten. De studente achter de bar krijgt de avances van mijn vader over haar heen terwijl ze eruit ziet of zij een nacht niet geslapen heeft. Zij bevestigt dit door te melden dat zij daar geen tijd voor heeft gehad. Waarom doe je zoiets?

Het is woensdagsavond, amper drie uur na mijn finish als ik de skiff terugbreng bij Michiel de Ruyter. Toevallig loop ik Herma tegen het lijf en haar ogen smeken om het verhaal. Ik vertel het enthousiast en spontaan krijg ik een zoen van onze moeder der roeimoeders. Opeens weet ik het weer : hier heb ik het voor gedaan!

Met roeigroet

Theo, je moet soms niet willen weten waarom je iets doet, Homan