De 100 cols tocht per roets

4000 km, 60.000 hoogtemeters,
Mei 2008

De 100 cols tocht, waar ga ik aan beginnen? Meer dan 60.000 hoogtemeters over 4.000 kilometer, te beginnen in de Vogezen en via het Centraal Massief, de Pyreneeën, de Cevennen, de Mont Ventoux, de Alpen, Jura en nogmaals de Vogezen weer terug. Gelukkig mag je er meerdere jaren over doen en dat zal wel nodig zijn want ik heb maar twee weken en dat gaat niet lukken. De ervaringen van de Marmotte staan wat dat betreft nog duidelijk op mijn netvlies. Dus gewoon beginnen, lekker genieten en vakantie houden. Ik zie wel hoe ver ik kom, er rijden treinen genoeg als de Fransen tenminste niet staken.

De roets is aangepast met een klein achterwiel en een pannenkoek (redactie; 220 mm Snek), dat moet genoeg zijn om met bagage kilometers lang 14% te overwinnen want de “ouwe” Homan gaat natuurlijk niet lopen. Bagagedrager, zijtassen, voldoende reservemateriaal en natuurlijk de GPS. Ik ben nogal wat uren bezig geweest om de route erin te krijgen, stel je voor dat dat ding straks de geest geeft. Dit wordt positief denken genoemd geloof ik. Ik heb in de voorbereidingen regelmatig aan PBP moeten denken en dan voel ik mijn onderbuik weer een beetje opspelen, ik neem maar een stukje Richard mee, dat moet nog wel tussen mijn oren passen.

Waarom moet ik weer zo nodig? Misschien kom ik daar de komende twee weken wel achter. Vanavond (dinsdag 4 juni) in ieder geval nog eenmaal tegen de borsten van Annemieke liggen, wie weet gaan ze me nog toezingen, “blij-ijf bij mij-ij, blijf bij mij…”

G roets
Theo, zal proberen wat internetcafe’s te vinden onderweg, Homan
De 100 cols tocht, verreden door Theo Homan,
Zomer 2008
De 100 cols tocht, verreden door Theo Homan,
De route: 4000 kilometer over alle grote cols…

Dag 1
Gewoon beginnen dus, maar zelfs dat valt niet mee. Bij Den Haag kom ik er achter dat ik mijn zitje vergeten ben, ik moet mijn bijnaam Harry toch enige eer aandoen. Veel later kom ik aan in Saverne waar een stempel gehaald moet worden bij het station. In het woordenboek had ik opgezocht dat dit een “timbre” zou moeten zijn maar de dame achter het loket keek mij vreemd aan. Nee mijnheer, het is een “tampon” lachte zij mij vriendelijk toe, toen was het mijn beurt om een beetje vreemd te kijken. Het weer is niet echt bemoedigend, van die vieze vette miezerige zeikregen maar wie A zegt… Het eerste stuk door de Vogezen is mooi maar moet onderbroken worden door drie omkleedpartijen. ’s Middags om drie uur zie ik een hotel en stop ermee, zelfs een Franse stempel heeft zijn grenzen.

Dag 2
De dag begint droog maar al snel begint het te regenen. Het omkleed ritueel herhaald zich maar niet alles is meer droog. De regenjas houdt het een tijd vol maar na een halve dag begint ook deze door te lekken. Ik ben inmiddels wel de Vogezen uit en zit in een wat vlakker gedeelte richting Centraal Massief. Het lukt om wat meer kilometers te maken maar vroeg in de namiddag ben ik het zat, wat een klote weer. Nu hoeven jullie geen medelijden te hebben want ik doe het natuurlijk zelf maar ik wil gewoon even terugzeiken.

Dag 3
Vandaag door de Bourgogne streek, via de mooiste en kleinste wegen en dorpjes. De statige landhuizen van de wijnboeren verlijden mij tot een witte wijn bij de middagpizza, zal ik al stoppen en hiervan verder genieten of doorgaan in de regen? Alleen sukkels kiezen voor het laatste en zo kom ik aan het eind van de middag in de Beaujolais streek. In een bar vraag ik naar een hotel en de barman vertelt dat er geen is in het dorp maar dat hoog in de bergen wel een chambre d’hote is. Ik heb vandaag genoeg geklommen en schudt mijn hoofd. De barman is echter niet uit het veld te slaan en belt, het rappe Frans kan ik niet volgen maar ik begrijp dat ik even moet wachten. Even later kom een grote hummer met laadbak voorrijden, de roets wordt ingeladen en daar gaan we, naar boven. Als ik vraag om een witte wijn wordt mij lichtelijk verontwaardigd duidelijk gemaakt dat je dat niet doet, de Beaujolais is rood mijnheer. De spaghetti met vlees en champignons was teveel voor mij, ben benieuwd of pastakoning Derk dit had kunnen wegstouwen. De rekening voor overnachting, eten en drie heerlijke wijntjes bedroeg 37 eurries, met een goed gevoel viel ik in slaap.

Dag 4
Ik weet niet meer wat schoon en vies is van mijn kleding, ik pak het bovenste maar want alles is klam en vochtig. Ik probeer wel de tassen zoveel mogelijk gesloten te houden om te voorkomen dat de mensen vragen of ik een nieuw soort Franse schimmelkaas vervoer. Het duurt wederom niet lang voordat het weer begint te regenen, de wegen zijn nat en vies. Ondanks dat ik echt voorzichtig doe in de afdalingen kan het natuurlijk niet uitblijven. In een steile afdaling blokkeert één van de remmen en ik ga onderuit. Het ging gelukkig niet hard en alle schade aan roets en lichaam valt gelukkig mee, mede omdat de roets het gras inschuift. De boegspriet, GPS en schakelring zitten onder een dikke laag vette bagger en zo krijgt de roets een extra schoonmaakbeurt. ’s Avonds overweeg ik mijn opties, ik heb slechts 700 kilometer gemaakt in vier dagen, en dat op het relatief makkelijke deel. Zo eindig ik na twee weken ergens in het zuiden van Frankrijk en staat mij een hele treinreis te wachten. Ik besluit de Pyreneeën te laten liggen en de oversteek naar de Cevenne te maken en daar de route weer op te pikken. Eén van de cols vandaag heette de “col de l’homme mort”, zo voel ik me een beetje.

Dag 5
De oversteek gaat niet vanzelf, flinke cols en hier en daar wat zoeken naar de juiste route. Aan het begin van de middag wacht ik een uur in een bar of de donkere wolken uitgroeien tot regen of niet. Ik besluit uiteindelijk van niet maar na tien minuten besluiten de weergoden anders. Wat heb ik Donar en Wodan dan toch aangedaan? Na een lange afdaling doen mijn ogen zeer en lig ik te soppen in mijn stoeltje en bij het eerste hotel wat ik tegenkom stop ik ermee en ga al mijn spullen weer uitstallen om te drogen. Ik wordt er heel langzaam een beetje neerslag-tig van.

Dag 6
Ik zie voor het eerst de zon dat doet me goed. Ik heb er zin in en pak bij Barre de route weer op. Hier volgen nog een paar cols waarna een vlak stuk volgt richting de Mont Ventoux. Ik wil er zo dicht mogelijk bijkomen en maak ruim 200 kilometer. Aan het eind van de dag krijg ik een lekker onweertje over me heen, what’s new pussycat? Morgen, morgen, dan gaat het gebeuren, de Mont Ventoux. Met een licht angst ga ik slapen.

Dag 7
Ik ploeter en kom hoger. Ik ploeter voort en voort. De 13 kilo bagage, zonder mondvoorraad en gevulde bidons, voelt als een molensteen. Het eerste stuk naar Chalet Reynard op 1400 meter hoogte is steil, erg steil. De snelheid komt niet boven de 6 kilometer per uur en ik ploeter voort. Ik stop drie keer om te pauzeren, te eten en te drinken en ploeter daarna weer door. Alles en iedereen haalt me in en sommige kijken me meewarig aan, en ik ploeter voort. De laatste 7 kilometer is iets minder steil maar niet minder makkelijk. Een klein mazzeltje is het weer, lekker zonnetje en slechts 15 graden zonder wind, perfect volgens medefietsers die ik onderweg spreek. Na 4 uur ben ik boven, wat een gevecht, maar zonder lopen. Het uitzicht is fantastisch maar wat koop je daar nog voor tegenwoordig? Een beetje geluk misschien?

’s Middags volgen nog een paar cols en die gaan erg moeizaam, hoe zou dat komen? De wolken groeien weer uit tot onweer en vandaag heb ik mazzel, slechts de laatste vier kilometer rij ik in de stromende regen naar een dorpje waar één hotel is. Ik ben de enige gast en heb een eetkamer met keuken tot mijn beschikking. Ik kook aardappelen en groente en geniet van de eenzaamheid en rust. Annemieke heeft vanmiddag in de Spaanse zon aan het zwembad gelegen en bommetjes gemaakt, heeft er toch nog iemand voordeel gehad van de zwaartekracht.

Dag 8
Vandaag door de Grand Canyon du Verdon, een schitterende route. De cols vliegen me om de oren en in de loop van de dag krijg ik last van de aanhechtingen in mijn knieholten. Heeft de Mont Ventoux me gesloopt? Ik doe het rustiger aan en neem meer pauzes maar dat helpt niet echt. Aan het eind van de middag rij ik door een nagenoeg onbevolkt gebied, het onweer nadert en dat is geen goed teken. Ik krijg een wolkbreuk over me heen en moet in de afdaling in enkele haarspeldbochten van de fiets. Het water golft over de weg en ik ben bang, zo duurt de afdaling even lang als de klim. Toch moet ik een paar keer in mezelf lachen, uit vreugde of verdriet? Een uur later heb ik alles voor het hotel in een heerlijk zonnetje uitgestald geniet van een lekker bruin Frans biertje. Het kan verk(w)eren.

Dag 9
Het gaat niet goed met mijn knieën. Na 50 kilometer besluit ik dat het niet gaat lukken de grote Alpen cols over te komen. Ik twijfel lang maar besluit vandaag niet verder te roetsen en een stuk de trein te nemen richting Jura. Als ik op het perron naar een klein boemeltje sta te kijken en mijn twijfels heb blijkt dit juist te zijn. Nee, mijnheer, u moet eerst een stuk met de bus. En ja hoor, de buschauffeur wil de roets niet meenemen. Terwijl ik iets mompel dat zelfs een tandem in zo’n stomme bus past leg ik eigenhandig de roets erin. De buschauffeur wil nog tegenstribbelen maar mijn “voilà” was schijnbaar toch voldoende. Overigens is een treinreis door de Alpen best wel leuk. ’s Avonds zie ik Nederland met 4-1 winnen van Frankrijk maar het is slechts een pleister op de wonde. Als het morgen maar geen D-day wordt voor mij.

Dag 10
De cols in de Jura zijn goed te verteren, de rustdag heeft me goed gedaan. Halverwege de dag geeft een bord aan dat de route gesloten is, op mijn vraag aan de plaatselijke bevolking of ik er met de fiets niet langs kan wordt wat gelachen. Later begrijp ik dat er een autorally wordt gehouden, die jongens hou ik natuurlijk niet bij bergop. Een andere route dus, maar na een kilometer of 5 klimmen hoor ik steeds meer het geronk van motoren. Na een auto te hebben aangehouden blijkt ook deze route te zijn gesloten, heb ik toch nog mijn Malespunten. Dat wordt dus omrijden naar de volgende stempelplaats. Hier aangekomen is de dame van de bar zodanig onder de indruk van de roets dat het biertje wat ik bestel gratis is. De Fransen zijn best aardig, zolang je maar uit de grote steden blijft.

Dag 11
Het is koud en nat en na een half uur kan ik amper meer schakelen met mij koude handen. Op 15 juni doe ik mijn handschoenen aan, niet dat het veel helpt in de regen want deze zijn ook al snel nat. Wederom sleur ik mijn veel te zware en niet gebruikte kabelslot de cols op. Ook de batterij oplader is veel te zwaar om maar niet te spreken over de massa batterijen die ik meegenomen heb. De verlichting is ook zinloos gebleken evenals de halve liter zonnebrand. De bus scheerschuim was wel bijna leeg maar de reservematerialen zijn weer veel te veel. Zo mijmer ik de dag door en probeer te bereken hoeveel extra energie dit me gekost heeft om het allemaal over de cols te sjouwen. Vroeg in de middag ben ik het zat en vindt een hotel aan een kanaal, het is windstil en de regen heeft er geen moeite mee.

Dag 12
Het is droog en het gaat weer lekker. Tijdens een pauze in niemandsland zie ik roofvogels door de thermiek steeds hoger en hoger komen. Ik ontwerp uitklapbare vleugels voor de roets die door de hitte van het asfalt de roets de Mont Ventoux opstuwen. Ze moeten zich natuurlijk automatisch instellen op de stijgingshoek van de helling, niets wegen en ook werken in de regen maar Derk heeft wel voor hetere vuren gestaan volgens mij. In de middag neem ik de Ballon d’Alsace, een 15 kilometer lange klim van 5 procent. Ik verteer hem goed en rij makkelijk naar boven. Aan de voet van de Grand Ballon vindt ik een hotel en ben een tevreden mens.

Dag 13
In een ver verleden als bukker ben ik al eens de Grand Ballon opgegaan, toen in de dikke mist zodat je niets van de omgeving kon zien. Vandaag zal dat niet anders zijn, het regent ook nog eens op de toppen. En er volgen veel toppen vandaag, met aan het eind van de dag een 4 kilometer lange klim van 10 procent naar de “col de ste. Marie”. Boven op de col staat een heel groot bord met de geschiedenis ervan, geopend in 1560 en de eerste oorlog in 1562. Verder vertelt de geschiedenis alleen maar over de oorlogen die er gevoerd zijn, het past niet bij de naam van de col. Overigens zijn er veel oorlogsgraven her en der in de Vogezen, de mensheid is niet goed wijs, ga toch fietsen.

Dag 14
De laatste overnachting, afscheid van de gastvrouw en haar hondje die zo klein is dat hij in het gras zou verdwalen. Het is de mooiste dag van de vakantie en om twee uur ben ik terug bij het station in Saverne. Ben ik wel weg geweest? Ik heb een kleine neiging om weer opnieuw te beginnen, er zijn nog een paar stukjes te doen. Wie weet stuur ik Annemieke wel een keer 4 weken weg, of misschien gaat ze wel mee op de tandem. Om drie uur stap ik in de auto en maak weer deel uit van de voortrazende stroom op de snelwegen. Het verlangen om de stroom te verlaten is sterk maar gelukkig wacht een rustig en tevreden thuis.

Gegevens

Afstand : circa 2.000 km
Hoogtemeters : circa 25.000
Pech : één boutje van de bidonhouder verloren, één kabelbreuk na 1.600 km
Aantal dagen droog : euhhh…

G roets
Theo, nog niet droog achter de oren, Homan