Richard Bruijn’s Parijs-Brest-Parijs 2007

15 augustus 2007 – Een laatste gedachte

Zaterdags jongstleden een lange non-stop rit van 450 kilometer, voerde me naar mijn geboorteplaats het eiland ‘Texel’. Met een semi verplichte koffiestop op de veerboot. Wat rond getoerd op het eiland, langs alle plekken waar ik nog altijd een warm gevoel bij krijg. Hierna een extra slag door Friesland, wat me daarna weer terug naar huis bracht in het Groningse Kloosterburen. Waar tot op heden de organisatie van Parijs-Brest-Parijs me niet heeft kunnen vinden met een officieel startbewijs.

Ik ben er, geloof ik, wel klaar voor, bedenk ik me nu, enkele dagen, voordat we los gaan! Drie weken geleden tijdens een vakantie op de Bretonse heuvels, die best steil waren, moet ik toegeven, nog twee freewheelen van de roeifiets dol gedraaid te hebben. Onder het mom dit lukt me weer, ben ik verscheidene malen de plaatselijke dijkopgang opgereden, maar nu gaf het freewheel in het achterwiel geen krimp meer. ‘Het lichaam wil wel.’

Slaap tekort heb ik chronisch, teveel slapen is zonde van de kostbare tijd, die iedereen heeft gekregen. Slapen tijdens Parijs-Brest-Parijs? Dat dacht ik niet te doen, ik blijf lekker wakker, wil alles met eigen ogen zien.

Tijdschema’s, volgauto, team van begeleiders, ik laat het geheel tegen mijn natuur in, over aan Theo. Zoveel vertrouwen heb ik in deze knul! De GPS gaat ons de weg wijzen heeft Theo beloofd: “dus volgen we die pijl!”.

Nu nog een Startbewijs en zo niet dan maar illegaal meerijden… Een laatste blik op de routekaart van het parcours. Wat spullen inpakken en onderweg naar Parijs nog een beetje ‘veel’ eten inkopen.

“Komt goed, …toch?”

Richard

Leven als ‘stoker’

STOKER 1 ‘iemand die (vooral het vuur van eene stoommachine) stookt; 2- brander, -jenever 3- stokeband, opruier.’
Aldus mijn enigszins verouderde ‘Woordenboek Der Nederlandsche Taal’.

richard_pbp_2007_1Stoker? Situatieschets: Theo en ik zitten met de ruggen naar elkaar toe op een door Derk gemaakte raceroeifietstandem. Theo de stuurman, vooruit roeiend en ik als de stoker, zoals het eigenlijk ook hoort; roeiend achteruit! In de slipstream Derk meezuigend op zijn roeifiets. Af en toe een verdwaalde ligfietser of racefietser die zo’n sleepje niet laat lopen, maar uiteindelijk ons met ‘aanhangfiets Derk’ toch moet laten gaan.
Op dit moment heeft Theo het stuur erg stevig in handen en heeft alle auto’s, stoepranden, paaltjes, dieren, fietsers, en wat al niet meer op onze weg komt keurig ontweken. Mijn gezichtsveld beperkt zich naar achteren. Al wat voor Theo het heden is en uiteindelijk geweest, bereikt uiteindelijk mijn blik. Leef in een soort verleden tijd, het is al gebeurd. Voltooid verleden tijd… ‘Das war einmal.’

1- ‘Rammen’ doe ik, wat moet ik anders, roei me een waas voor de ogen. Wil steeds harder op weg naar de toekomstige tijd.
Stook het vuur op, de machine begint goed te draaien, de ketel komt behoorlijk op stoom: 200, 300, …400, 600, …1200 kilometers lang.

2- Overgeven aan … valt niet mee. Altijd je eigen ding gedistilleerd uit het leven, en nu niet meer autonoom je eigen weg in kunnen slaan. Nu alleen nog eigenzinnig mijn eigen versie van de routebeschrijving roepen, niet zeker weten of dit tot iets leidt of dat het een zinloze weg blijkt te zijn.

3- Steeds opruiend ‘toe, ik wil voort, harder, steeds maar door’ Theo die probeert te temmen. “Rustig aan, rustig.. Lichte slag”.
Met me veertig jaren nog altijd de ‘jonge hond’.
Derk die me diep en enigszins bezorgd in de ogen kijkt. ‘Verschiet niet je kruit, straks sta je droog.’!

Stuurman, stoker en aanhang, zij gaan voort.

Rich

Delft , 7 april.

richard_pbp_2007_2Het 300 km brevet wordt geroetst door vlnr Bartel, Richard, Theo en Derk.
De eerste helft naar de posbank bij Arnhem wordt gezamelijk gereden, het eerste stuk rijden we achter een groep racefietsers nadat 3 inhaalpogingen stranden door verkeerd rijden; we blijven er rustig achterplakken.
Dat valt vooral voor Theo niet mee:
Laat lopen; lichte haal, lichte haal; laat lopen….Theo heeft de grootste moeite al die paardenkrachten van Richard in toom te houden.
Richard heeft deze keer de trein genomen; vorige week was hij beter te handelen, toen had hij al dik 200 km gereden voordat hij op de tandem stapte voor de 200 km in Ossendrecht.
Ik vermoed dat de ernstigste spierpijn van deze 300 km zijn plaats heeft gevonden op Theo’s stembanden.

De tweede helft neemt Bartel een tandje terug maar door een lekke band bij de tandem scheelt het in aankomsttijd allemaal bar weinig.
Het heuvelwerk op en om de posbank laat verdraaid goed zien hoe het nou zit met roeimateriaal; die tandem is niet bij te houden bergje op;
Dat wordt wat bij die 400 km die over 2 weken in Duitsland gereden gaat worden…daar zitten aardig wat hoogtemeters in.
Hoe snel moet die nieuwe aluminium tandem wel niet wezen… :-)
De 600 van Wachtendonk in mijn dromen opnieuw gereden:

“De nacht induikend op weg naar Luxemburg. Het gaat hard, hard, erg hard, t’is als de duvel in eigen persoon ons op de hielen zit. De vele stoplichten werken mee en springen allemaal spontaan op groen. De weg is nog lang, doch verkeersdrempel vrij. Wij, mijn maat Theo en ik, zijn toch niet te keren. Op weg om de vele heuvels in een dagje roeien te slechten.
Voordat we er goed en wel erg in hebben zijn we het groothertogdom Luxemburg doorgekruisd en komen bij het krieken van de dag in het Koningrijk België aan. Alwaar in de stad Bastogne nog de alcoholdampen opstijgen van de vele liters bier die in de nacht vloeiden. De laatste zwaar benevelde Waal begeeft zich naar huis. Maar wij zijn nog niet zover om terugtekeren, maar het keerpunt is in zicht.
Waar we eerst het noordelijkste deel doorkruisen van Luxemburg gaan we nu middendoor terug naar Duitsland. Het ‘Müllerthal’ ook wel het klein Zwitserland genoemd: klimmen en weer dalen, en zo gaat het maar voort, die beloofde 6000 hoogtemeters moeten toch ergens vandaan komen. De tandem kraakt, armspieren spannen zich, benen verliezen hun soepelheid, beide knieën doen zeer en worden wat dik. Zweet stroom rijkelijk. De bidons vullen zich ieder keer weer wanneer ze leeg zijn. Dit is het ware werk! ‘Werken maakt vrij’.
In Duitsland gaan we als een trein het Eifelplateau op, waar ons nog een rondje ‘Nürburgring’ wordt gegund. Daarbij niet onderdoen voor de motorrijders met de vele paardenkrachten onder hun kont.
Nog even lekker 100 kilometertjes door dieselen, de laatste heuvels achter ons latend, om precies een dag later de laatste stempel te behalen. De gastvrouw wacht ons op, met haar geroemde goulashsoep.
600 kilometer op twee broden met kaas en een dag zonder ook maar één obstakel”.

Droom lekker door roeiers, de werkelijkheid is soms weerbarstig.

Richard

 

De 600 van Zwolle

Van het weekeinde ook (noodgedwongen) een beetje getraind: hoe lang kan ik zonder slaap!

  • Vrijdagavond om kwart over negen op de fiets gestapt om naar het werk te gaan.
  • Van elf uur tot ’s morgens acht uur druk …, drukdoende om alle patiënten weer goed (heelhuids) door de nacht te krijgen.
  • Even op mijn werk een paar uurtjes slapen: …wordt dus helemaal niks.
  • Elf uur zaterdagochtend meldingsplicht op ‘familiedag’. De gehele dag gezellig en sociaal doen tot ik weer naar het werk moet. ‘Dat ene biertje sloeg in als een bom’.
  • Zucht… weer druk, je moet je er ’s nachts maar mee redden.
  • Zondagochtend kwart over negen, bijna thuis: val in slaap, rij ondiepe sloot in.
  • Om zestien over negen ben ik weer helemaal wakker. ‘Als het slapen straks maar lukt’.

Na liefdevol naar bed gevoerd te zijn door Petra, was slapen geen probleem.

Veertig jaar jong, voel me nu iets ouder.

Rich

Het licht is gedoofd

St-Quentin-en-Yvelines, 21 augustus 2007 21.00
Met een kanonslag duiken we maandagavond een donkere en natte franse nacht in, het avontuur kan beginnen. Theo is de spanning de baas gebleven, het volgteam is er klaar voor en ikzelf heb kippenvel van de kou in combinatie met de enorme publieke belangstelling bij de start. Het spel kan op de wagen.

Mortagne-au-Perche (140 km), 21 augustus tijd…
Gaat lekker, een keer gewisseld, stuurman wordt stoker en stoker wordt stuurman. We wisselen bij elke stempelpost van ligschaal.
10 Kilometer voor het stempelpunt bellen we met het volgteam voor onze verzorging en onze bestelling door te geven;
Theo senior en Renee staan klaar met een warme prak en een drankje, snel proppen en de koffie door de loden pijp gieten. We willen verder, opgejaagd door ons veel te snelle schema. We gaan voort, nog snel wat woorden wisselen met onze volgers.”Tot straks”.

Vilaines-la-Juhel (220 km), 21 augustus 4.30
De nacht blijft zwart, de regenwolken breken, de eerste sterren aan de hemel. Een lint van lampjes volgt ons, heuvel op en af. We gaan snel voort, nadat er gestempeld is en we verzorging hebben genoten.

Fougères (310 km), 21 augustus 7.35
Het is langzaam licht geworden, maar de lucht wordt donker: “regen”.
We liggen voor op welk schema dan ook.
We zijn nu aan de goede zorg overgeleverd van Rob en Annemiek.
Voor Theo een zoen van zijn “schat” Annemiek en voor mij een bemoedigende klop op de schouder van Rob.
Het gaat goed. Nu weer opgestapt als stoker. Gaan met dat ding.

Tinténiac (364,5 km), 21 augustus 9.57
De wielrenners halen we minder en minder snel in; zij worden beter of wij wat minder. Het voelt nog niet, alsof de sleet er in zit. Droog! Blauwe lucht! De regenjassen laten we achter… Niet doen, …niet doen! Dit is de (weer)goden verzoeken…

Loudéac (449,5 km), 21 augustus 13.25
De dorpen worden leeg, maar de wegen voller met vooral auto’s.
We gaan voort door de regen. Een thermometer onderweg geeft 11 graden aan, het klopt in ieder geval met de gevoelstemperatuur.
Het complete volgteam wacht ons op, dat voelt aan als een warme deken!

Carhaix-Plouguer (525,5 km), 21 augustus 17.00
Zo komen we wel aan de hoogste meters! Behoorlijke klimmen en afdalingen. De wielrenners klimmen wat sneller dan de roeifietstandem en in de afdalingen zijn wij duidelijk in het voordeel. Het is nu steeds stuivertje wisselen met ze.
‘Het wordt wat lichter onder de kant’.
We komen er wel. Het volgteam Tanja en Leo blijven hier slapen tot we terug zijn. We zullen ons in Brest zelf moeten (be)helpen.

Brest (614,5 km), 21 augustus 20.55
De “Atlantische Oceaan”, een prachtig uitzicht van de heuvelrug de Monts d’Arrée Het wordt steeds stiller achter mij op de fiets, vragen worden niet beantwoord, opmerkingen verwaaien in de stevige wind tegen… Moet steeds harder roeien om snelheid te houden…Theo voelt zich alles behalve lekker blijkt als we op de stempelpost zijn te Brest.
Toch maar proberen verder te gaan…?

Carhaix-Plouguer (699 km), 22 augustus 2007 rond halftwee
Vele lampjes rijden ons tegemoet, Brest roept! Maar wij willen er juist vandaan. Het is zwaar, Theo hangt regelmatig over de vangrail te kotsen, bij de minste inspanning protesteert zijn maag.
De lange klimmen zijn zwaar op één cilinder. Theo moet gaan sturen, zodat de stoker zich helemaal kan wijden aan de voortgang. Ondertussen erg veel zorgen makend over mijn Theo.
10 km voor Carhaix-Plouguer: bellen met het volgteam, “we komen over 20 minuten aan op de parkeerplaats van de McDonalds” .Theo heeft nog niet de naam van deze fastfoodketen uit zijn mond of hij hangt alweer voorover om te kotsen, ‘de arme ziel’…Soms moet het lot een handje helpen… Ik laat uit mijn enigszins verzuurde armen de roeifiets vallen: het stuur breekt af…!

689 kilometer: einde Parijs-Brest-Parijs

Lampje kan uit…

Richard Bruijn