«« vorige | 1 | 2 | volgende »»

Resultaat vooronderzoek

De uitgelezen gegevens zijn met behulp van een computer in figuur 5 uitgezet. Duidelijk is het verschil tussen de haal en de zgn. "recover", het oprijden. Tijdens de haal piekt de kracht in de vorm van een sinus, tijdens de recover staat slechts de kracht die het gevolg is van de voorspanning op de kabel.

Figuur 5: Krachtverloop in de kabel tijdens 3 halen.

Meetopstelling

Aan de hand van het resultaat behaald uit het vooronderzoek is gekozen voor een opstelling die gebruik maakt van twee veren. De veren zitten aan de ene kant vast aan de vaste wereld en aan de andere kant vast aan het uiteinde van een kabel danwel een ketting. Deze kabel/ketting drijft een verzwaard wiel aan. Het wiel wordt beide kanten op aangedreven. De snek en het kettingwiel zijn omstebeurt aan dezelfde naaf gemonteerd. De ketting is zwaarder dan de kabel, dit heeft echter nauwelijks invloed op de massatraagheid. Er is gebruik gemaakt van een gesmeerde nieuwe ketting en een nieuwe links geslagen RVS kabel zonder kern. Het krachten-verloop in de kabel/ketting is in deze opstelling hetzelfde als het krachtverloop in het vooronderzoek, met uitzondering van de vlakke stukken tijdens de recover in het vooronderzoek. Daarnaast heeft deze opstelling de voordelen dat:

  • Het ingaande vermogen nauwkeurig bekend is.
  • Er meerdere halen gemaakt kunnen worden.
  • Een haallengte bereikt kan worden die vergelijkbaar is met de haallengte die gemaakt wordt op de roeifiets.
  • De haalfrequentie overeen komt met de frequentie op de roeifiets, dit wordt bereikt door het kiezen van de juiste veerstijfheid en de juiste massatraagheid.


Het experiment is uitgevoerd met twee verschillende paren veren, een paar met een veerstijfheid van 450 N/m en één met 1000 N/m.

Met een ultrasone verplaatsingsopnemer is de amplitude van de veren gemeten. Met de gemeten afstand is de kracht in de kabel/ketting berekend.

Figuur 6: De meetopstelling met de veren.

Resultaten

De kracht in de kabel/ketting is in figuur 7 uitgezet. Uit de grafiek blijkt dat beide signalen een sinusvormig verloop met een bepaalde demping vertonen. Daarnaast zijn de rendementen van de beide overbrengingen in figuur 8 uitgezet tegen het geleverde vermogen.

Figuur 7: Krachtverloop in de verenopstelling.

Figuur 8: Rendementverloop in de verenopstelling.

Interpretatie

In figuur 7 is duidelijk te zien dat de demping in de proef met de ketting-kettingwiel overbrenging significant groter is dan in de proef met de kabel-snek overbrenging. Verder blijkt uit de frequenties, die voor beide proeven nagenoeg gelijk zijn, dat de extra massa van de ketting nauwelijks invloed heeft op de massatraagheid van het systeem. figuur 8 laat zien dat het rendement van de kabel-snek overbrenging hoger ligt dan bij de ketting-kettingwiel overbrenging. Verder is te zien dat het rendement van beide overbrengingen afneemt bij een lager vermogen.

De resultaten met de veren met een veerstijfheid van 450 N/m vertonen een vergelijkbaar resultaat als in figuur 7. Daarnaast komt een soortgelijke grafiek als figuur 8 voor de veren van 450 N/m vrijwel overeen met het linker deel van de grafiek voor de veren van 1000 N/m.

Conclusies & Aanbevelingen

Uit de proef met de veeropstelling kan worden geconcludeerd dat het rendement van de kabel-snek overbrenging hoger is dan ketting-kettingwiel overbrenging. Hiermee is de hypothese geverifieerd.

Er is bij de proef gebruik gemaakt van een cilindrische snek, in tegenstelling tot een conische snek die wordt gebruikt op de roeifiets. Dit is gedaan om de snek te kunnen vergelijken met een kettingwiel van gelijke diameter. Het is wellicht ook interessant om het rendementsverschil tussen een conische en een cilindrisch gevormde snek te onderzoeken.

«« vorige | 1 | 2 | volgende »»
© Copyright 1986 - 2013 Derk Thijs, rowingbike.com
HomeWinkelTechniekEK Roeifietsen
ModellenEvenementenHistorieContact
 Revolver
 CVT
 Instructievideo's
 Onderzoek TU Delft
 Roeivliegtuig
 Handboek
Naar boven