Julius Ansenk (Wb9015791) en Niels Broens (Wb9130349) |
Bij de roeifiets wordt sinds enige jaren gebruik gemaakt van een kabel-snek overbrenging in plaats van een ketting-kettingwiel overbrenging. De snek, een systeem dat enige eeuwen geleden al werd gebruikt in klokken, is herontdekt door Derk Thijs die het systeem heeft geïmplementeerd in de roeifiets. De snek is een conisch gevormde trommel van aluminium met daarin een schroefdraadvormige groef waarin een 3 mm dikke RVS aandrijfkabel op en af kan rollen. Deze staalkabel is anderhalf maal rond de snek geslagen. Bij de arbeidsslag rolt de kabel af en tijdens de rustslag rolt de kabel weer op. De kabel neemt de snek mee op wrijving en drijft daarmee het wiel aan. |
![]() Figuur 1: De snek. |
![]() Figuur 2: De roeifiets in actie. |
De ketting-kettingwiel overbrenging is alom gebruikt en heeft een relatief hoog rendement en een lange levensduur. De kabel-snek overbrenging wordt slechts op zeer kleine schaal toegepast, het zou daarom erg revolutionair zijn als blijkt dat deze overbrenging een hoger rendement heeft. Voorlopig hebben de kabel en de snek nog niet zo'n lange levensduur, maar als blijkt dat het rendement substantieel hoger ligt is er wellicht een grote toekomst voor de snek en kan er onderzoek gedaan worden om ook de levensduur te verbeteren. |
De gegeven vraagstelling van het onderzoek luidt:
|
Om een valide meetopstelling voor het rendement te ontwerpen moeten de randvoorwaarden bekend zijn. Eén van die randvoorwaarden is dat het krachtverloop gelijkvormig moet zijn aan de werkelijke situatie. Om een idee te krijgen van het krachtverloop in een haal is een krachtopnemer tussen de voetenslee en de kabel bevestigd. |
Het signaal van de krachtopnemer is uitgelezen met behulp van een computer. Het achterwiel drijft een schoepenwiel aan om de weerstand, normaal door rol- en luchtwrijving gecreëerd, te simuleren. Een proefpersoon maakt halen in een constant tempo en gelijke kracht. |



