
Ik ben zelf erg tevreden en blij met de nieuwe THYS 209. De eerste productiesamples rijden nu 1,5 jaar rond en Richard Bruijn heeft op een van die roetsen al weer bijna 20000 km afgelegd. Een aardig beproefd model! In een vroeg stadium zijn de kinderziektes er al uitgevist dus daar blijven we als het goed is verder van verschoond.
Ik schrijf dat met enige voorzichtigheid omdat ik niet in de valkuil van de tweede wet van Murphy wil lopen (Als je denkt dat alles goed gaat dan ben je iets vergeten)
Ik heb mij de laatste jaren zoveel mogelijk toegelegd op het verbeteren van het product. Iets wat niet zo makkelijk was, want die stalen 222 is ook een heel fijne roets.
Het model van de 209 lijkt dan ook veel op de 222: is iets korter en compacter geworden en de zitting is een aantal centimeters lager. De gewichtsverdeling ligt bij de 209 meer op het achterwiel dan op het voorwiel zoals bij de 222.
De Carbon THYS 209 is veel lichter (11.0 tot 11.5 kg excl. tas en bidons) dan de stalen THYS 222 (15,5 tot 16 kg). Het carbon heeft een ander rijgevoel en andere veereigenschappen; het is stijf maar ook iets stoot- en trillingdempend.
Op het vlakke is het snelheidsverschil niet echt groot maar het is er wel. Het voordeel van de 209 wordt echt duidelijk als je er de heuvels of bergen mee ingaat. In de klim komt het gewicht naarmate het steiler wordt steeds meer op het achterwiel. Als je een keer bij die extreme 18 % + aankomt dan moet je opletten dat je voorwiel niet loskomt. Maximale druk op het achterwiel, minimale kans op doorslippen.
In de afdaling kan ik maar een advies geven: hou je in.
De Avid BB7 schijfremmen werken subliem en door het relatief ver naar voren gelegen voorwiel en lage zwaartepunt kun je voor en achter enorm in de ankers gaan en extreem hard remmen.
Ik moet mij ook altijd inhouden om niet tot het gaatje te gaan, met zulke remeigenschappen nodigt hij bijna uit tot te snel rijden en daar moet je gewoon voorzichtig mee zijn. Iedere tegenligger of een hoopje grind in een bocht kan immers valpartijen of erger tot gevolg hebben.
De remmen zijn lekker simpel, gewoon met een remkabel bediend, er zijn dus overal onderdelen te krijgen. Ook in de remkeuze kun je zien dat mijn visie op lekker roeifietsen zich de laatste 10 jaar wel wat heeft verschoven. Eerst zocht ik erg naar snelheid en mooie details en keek ik iets minder naar onderhoudsgevoeligheid en kans op trammelant. Ik probeer nu vooral de nadruk te leggen op lekker probleemloos roetsen.
Ik probeer het geheel dus zoveel mogelijk Murphy-proof te krijgen en als er dan toch iets mis gaat dan moet het gemakkelijk te herstellen zijn. Een goed voorbeeld is dat je nu weer bij de spaaknippels kunt, als er eens een slag in je wiel komt. Bij de 209 kun je ook weer binnenbanden met kort ventiel gebruiken.