Mateman maakt favorietenrol waar -Ouwe Homan redt het toch- Thys flink aan de bak -Marynissen geeft er een lap op.
Zaterdagochtend 06.00 hr. Pols 89.
Ontbijt: baguette, 2 soorten jam en slohoten koffie. ...
Algehele stilte in de eetzaal. Acht tafels, vijf nationaliteiten. ...
Lichtjes onzekere blikken. Niemand zoekt oogcontact. ...
Ieder heeft een en dezelfde vraag: hoe lang zal deze dag worden... ?...
Zaterdagochtend 06.45hr. Pols 93.
Laatste vluchtige inspectie van de roeifietsen en daar gaan we, beheerst langzaam, tikkeltje gespannen, op weg naar de start. Drie minuten later staan we samen met zevenduizend anderen te wachten op het verlossende startsignaal.
07.00 hr. Wachten.
Langzaam, meter voor meter kruipt de alumiumcarbonmassa dichter naar de startlijn. Heel veel vragen en reacties van de ons omringende fietsers.
" Gaan jullie daarmee naar boven?!"
" Waw"
" Moet je niet trappen op zo'n ding?" "Zeveraar".
07.08 hr. Wachten..
07.13 hr. Wachten..
07.15 hr. Nu zou het startschot moeten klinken....Wachten.
07.24 hr. BENGdaar gaan we ! Duimen omhoog, succes mannen!
Pols 102 en stijgend.
07.36 hr. Fietsen overalachtervooropzij, tempo tergend langzaam. Over de startlijn.
Pols 128 en steigend.
07.39 hr. Ruimte. Thys gaat er als een raket vandoor en kijkt - enigszins verbaasd- achterom. "Waar blijven die warmduschers?" Mateman, Homan en Marynissen pikken aan.
Pols 149 en steigend.
Andere fietsers lijken wel achteruit te rijden.
Chopinet demarreert strak. Miljaar! Aanpikken!!
07.48 hr. Pols 163.
Thys accelereert tot ver boven de 40/hr. Tot stomme verbazing van de racefietsers. Mateman, Homan en Chopinet volgen. Gehijg, strakke verbeten smoelen. Asfalt schiet onder ons naar achteren.
Marynissen rijdt eigen tempo, pols 143, de Ventoux ligt nog vers in zijn geheugen...
De klim naar de Glandon begint meteen na de eerste haakse rechtse bocht. De drie hazewinden rijden 60 meter voor me, hun voorsprong neemt langzaam toe.
Die hele eerste klim is pittig maar niet onmogelijk, kwestie van mijn eigen tempo te blijven rijden. De ademhaling loopt prima, de Polar gaat op en neer tussen de 133 en de 141. Het nieuwe schakelssysteem werkt vlekkeloos, het kleine achterwiel maakt het klimmen merkbaar lichter.
En dan, na 39 km, de eerste top. Een massa volk verdringt zich bij de ravitaillering. Snel graai ik wat gedroogde abrikozen en dadels bij mekaar en meteen gaat het weer verder.
De 3 andere "velos-rameur" zijn net weg, hoor ik van een van de verkeersregelaars. "Laat gaan -laat gaan - laat gaan" herhaal ik de eerste afdaling telkens weer. Die afdaling gaat snel, heeeel snel. Sommige fietsers reageren bijzonder apart op een fietsbel, zodra hun snelheid boven de 50/hr ligt. Erg storend wanneer de volgende bocht snel nadert en het wel erg sterk naar gesmolten remblokjes ruikt. Sommigen reageren zelfs helemaal niet en blijven stoïcijns hun eigen privélijn rijden. Met 35/hr, zeker wel.
Een goeie Nederlands-Vlaamse-Amsterdamse oerkreet brengt ook deze remmentesters op andere gedachten.
Na de afdaling volgt een 40 km lang recht stuk met wat valse platjes, mijn tempo ligt hier beduidend hoger dan dat van de racefietsers. Af en toe een blikje achterom leert dat er stevig aan het wiel gezogen wordt. Goed voor de motivatie. Een korte stop voor een colaatje en een vlaaike (sugarbaby) en hoppa daar gaan we weer.
Na een straf bochtje rechts ram ik bijna een onvergetelijke wegwijzer: Col du Telegraphe 12 km Col du Galibier 35 km.
Slikken.
Die Telegraphe gaat niet echt vanzelf, verdorie, wat 'n eind. De eerste sporen van vermoeidheid laten zich gelden. Er wachten nog 85 km, we zijn net over de helft en het zwaarste moet nog komen. Toch gaat het nog al bij al redelijk schadeloos naar boven. Helemaal niet verkeerd die grote snek. Blijkt dat ik zelfs op de kwaaiste helling nog een 'tandje of twee' reserve heb voor wanneer het echt steil wordt, een prettige gedachte.
Na een heel korte summit-stop gaat het opnieuw volgas naar beneden, de gepijlde afstanden tot de Galibier worden snel, heel snel, kleiner.
De remmen van de nieuwe 222 zijn verbazingwekkend scherp. Laat, heel erg laat remmen en toch haarfijn de bocht insturen. Hier en daar staat temidden van een aantal racefietsers een ambulance langs de kant, meestal net na een erg pittige bocht. Ik concentreer me op het asfalt voor me en laat die ambulances en de bijeengeplooide kromme fietsframes voor wat ze zijn.
Tien kilometer, een cola en een cafe au lait later is het zo ver: de beklimming van de Galibier.
Gedoseerd fiets ik verder. Heerlijk, zoals de 222 naar boven wil. Vanaf hier haal ik de eerste racefietsers in. Sommige stukken weg liggen in de schaduwzijde van de bergtoppen. Koud. Drie meter later rijd ik weer over zonovergoten asfalt. Warm. En daarna weer koud. En weer warm. Koud. Plezant is anders.
Nog 16 km klimmen. Koud. Steil. Verdorie, deze keer gaat het echt hard pijn doen.
Nog 9 km tot de top. Erg steil, de snelheid ligt net boven de 7/hr. Koud.
Nog 6 km. Wolken. Veel wolken.
Nog 5 km, een hagelbui. Miljaar. KoudKoudKoud.
Nog 3 km, nog steeds hagel. Aangedampte brilleglazen en koud. Pijn aan mijn vingertoppen.
Nog 2 km, het houdt op met hagelen. Gelukkig. Langs de kant van de weg ñ ik heb mijn Bonobril afgezet ñ staan talloze witte campers. Velen kijken je met bewondering aan en beginnen spontaan te applaudisseren. Klinkt apart, applaus met dikke winterwanten. Toch geeft het moed.
Sommet 1 km, staat op het gele bord. Een lange zware kilometer!
"Kom op paling, gasgeve, da's een halve roeibaan" moedig ik mezelf aan.
Sommet 500 mtrs.
En ja hoor, daar is ie. De verlossende bocht naar links en vooral, eindelijk, eindelijk, naar beneden.
Ik voel ijzige koude, ik voel bijtende wind, ik zie uitgeputte gezichten, ik heb hoofdpijn.
Geen tijd om te genieten van de prestatie en het uitzicht. Snel weg. Om kwart over zes moet ik aan de voet van L'Alpe d'Huez zijn anders mag ik die laatste klim niet meer starten.
Het is ... milledj..orie! Drie voor vijf! Nog een uur en achttien minuten voor al die k..meters.
Snel graai ik abrikozen en andere zoetigheden bij mekaar, extra truitje aantrekken en mijn geelfluo jasje er overheen rammen gaat erg vlot.
Berg af met de bezeten blauwe bolide !
Opzijopzijopzij ! Ik heb 'n ongelofelijke haast !
Twaalf kilometer en 8 minuten later is de lol verdwenen: door de grote hoogte en de hoge snelheid koelt mijn lijf snel af. Klappertanden tot op het niveau dat je zonnebril van je neus dreigt te stuiteren terwijl je met 80/hr of meer van de berg naar beneden spuit is spannend. In sommige haarspeldbochten liggen stevige stuiterstukken op de loer. Een enkele keer blokkeert het achterwiel net wel of misschien toch net niet. Niet aan denken. De drie andere roei-apen zijn hier net voor me voorbijgekomen. Gasse Swa!
Nog 58minuten. "Aan de kant KleineRotItaliaan-of-is het-een.. " geen tijd.. nog 47 minuten... 75/hr.. "OPZIJG..VERDORIEMILJ..RDENONDEJU!!" heerlijk dat lucht op. Nog 42 minuten, de weg daalt en de polsslag stijgt.
Nu volgt een lang stuk. Lang, vervelend, gevaarlijk. Veel auto's, veel slecht verlichte tunnels, veel kleine rotdorpjes met veel te veel veel te onozele voetgangers.
Nog 14 minuten.
Opeens zie ik Jacques aan de overkant van de weg, hij komt eerst achter en vervolgens voor me rijden. De snelheid gaat lichtjes omhoog en om precies dertien over zes rijd ik over de startlijn van de laatste beklimming. Net voor de deadline. Meteen na de eerste bocht stoppen we voor een proviandduwsessie: zo veel mogelijk eten en drinken binnenproppen om te vermijden dat de laatste klim alsnog onverwacht eindigt door een hongerklop. Tien minuten later stuur ik de eerste van de 21 bochten in. De snelheid ligt net boven het omvallen-wegens-te-traag-niveau. De maag protesteert.
Van die laatste klim weet ik slechts nog dit: lang en zwaar. Twee dagen geleden ging L'Alpe d'Huez vanzelf,vandaag doe ik er flink meer dan een uur een drie kwartier over.
Om precies 20.23 hr rijd ik over de finish. Bekaf, helemaal naar de klote en ohzo content. Never Again, zweer ik.
Enkele ogenblikken zie ik de 3 anderen, blijkt dat ze nog niet lang binnen zijn. Martijn iets voor acht uur, Derk en Theo tussen acht en kwart over acht. Geen van de drie zou op dat moment een 'Fris-en-fruitig Prijs" van me krijgen, wat een vermoeide rotkoppen.