Door Eric Rotte
Een donderende roffel rolt over de kale vlakte en kaatst versterkt terug tegen de zeewering van het werkeiland 'Neeltje Jans', als burgemeester Schouwenaar van Middelburg het startschot geeft voor de vierde open Europese kampioenschappen roeifietsen. Een rij van meer dan vijftig deelnemers uit negen landen stampt woest op de trappers en rukt aan het stuur alsof het de bedoeling is het ding te ontwortelen, en schiet met flinke vaart over de startlijn om zich zo goed mogelijk te positioneren voor de eerste bocht. Aan de gezichten is te zien dat het hun menens is. Niks verbroedering. Vechten verdomme.
Binnen een paar tellen zijn de fietsers verdwenen en rest de toeschouwers alleen nog het uitzicht over de Oosterschelde en een fikse zeewind.
Naast me staat een Duitse knul met een zelfgebouwde harmonicaroeifiets. Hij heeft zeshonderd kilometer gereden ñ met de auto - om vandaag zijn bouwsel te laten zien aan zielsverwanten en is gepast onder de indruk van het geweld dat zojuist aan hem voorbijgleed.
"Da kan Ich nur von träumen" verzucht hij en vertelt dat hij op een grote fietsbeurs slechts twee exemplaren van zijn roestvrijstalen contraptie heeft weten te slijten, en dat het grote publiek hem nog niet heeft ontdekt. Zo'n wedstrijd als deze, zit er voorlopig nog niet in.
Nou jongen, dat is erg jammer, maar hoe lang ben jij al bezig? Een paar jaar? Je hebt een leuke fiets bedacht hoor, daar niet van, maar ik moet je toch even een paar dingetjes vertellen.
Vijftien jaar geleden zag ik Derk Thys bij ons in de straat voorbijkomen op een vreemdsoortig fietsmasjien. Ik kon niet goed zien wat het nu eigenlijk was, waar hij op reed, want daarvoor ging hij te snel.
Derk kende mij niet, maar ik hem wel. Wereldkampioen surfen, deltavlieger en snelheidsrecordjager op ieder apparaat dat met spierkracht aangedreven dient te worden. Een sportman met een geduchte reputatie.
Als je hem zag, leek het alsof zijn ogen twee kanten uitkeken. Een blik in de verte naar een stuk horizon dat buiten mijn gezichtsveld lag, en een blik op het binnenste van zijn hoofd waar een film draaide waar ik ook al geen kaartje voor kon kopen. Zag hij toen al, waar ik nu naar sta te kijken?
Het moet haast wel, want anders kun je nooit zo onverdroten aan de gang blijven als hij.
Achter een in Grieks blauw geschilderde deur in een pietepeuterig werkplaatsje in Middelburg prutst hij al jaren aan zijn geesteskind. Frezen, draaien, buigen, lassen, tappen, smeden en, als ik er iets van begrijp, voor hem het belangrijkst; testen.
De roeifiets die hij met ware doodsverachting bij ons door de bocht slingerde was de eerste van een oneindigende rij van telkens weer aangepaste probeersels. Ander materiaal, andere vormgeving, diepere zit voor een lager zwaartepunt, Kevlar kuip om de aërodynamica te verbeteren, dichte wielen, spaakwielen, ketting aangedreven en 'gesnekt' voortgestuwd.
Het woord alleen al.
Raar ding trouwens ook, die snek. Kennelijk ontleend aan het binnenwerk van 18e eeuwse klokken en nu door hem toegepast ñ en gepatenteerd ñ in zijn roeifiets. Geduldig heeft hij me al een paar keer uitgelegd hoe het werkt. Het ziet er eenvoudig genoeg uit; een conische as met gleuven voor de staalkabel. Erger is het niet. Toch begrijp ik er nog steeds geen hout van hoe het werkt. Dat hoeft ook niet, want ik ben geen fietsenbouwer.
Hij wel. Bezeten is 'ie. In plaats dat hij zijn enorme kennis van metaalbewerking en techniek te gelde maakt bij een goed betalend constructiebedrijf, ploetert hij al die eindeloze jaren dagelijks in zijn werkplaatsje en bedenkt noviteiten om zijn hersenspinsel te verbeteren.
In de tussentijd mijmert hij over manieren om zichzelf tot het uiterste te drijven op het sportieve vlak. Parijs Amsterdam non-stop, om maar iets te noemen, of, zoals vorig jaar juni, de Tour de France in zijn uppie. 3500 kilometer afzien over belachelijk hoge bergen, waarvan de namen in de hele fietswereld met ontzag worden uitgesproken. "Col de Madeleine', 'Alpe d' Huez' en de gevreesde Pyreneeën. Als bewijs dat zijn roeifiets het tegen de rest van de wereld kan opnemen, reed hij de hele afstand in twee dagen minder dan de officiële tour die startte toen hij in Parijs aankwam. Absurd gewoon.
En nu staan we te kijken naar een strak geregisseerd Europees roeifietskampioenschap. Officials van de IROF (International Rowingbike Federation) begeleiden een grote groep zeer fitte atleten die elkaar proberen af te troeven op het sportieve vlak. Olympische roeikampioenen, duursporters, fitnessfreaks en hobbyisten van diverse pluimage, 'roetsen' ñ zelfs taalvernieuwingen worden niet geschuwd - geconcentreerd door het winderige Zeeuwse landschap om hun vaardigheden met elkaar te meten.
De algemeen directeur, marketingmanager, hoofd van de ontwerpafdeling, magazijnmeester, administrateur, constructeur, testrijder en portier van Nederlands kleinste fietsenfabriek zit aan de kop van het peloton en rijdt de rest van de concurrentie het snot voor de ogen.
Nee, mijn brave Teutoonse vriend, je hebt echt een hele leuke roeifietsvariant gebouwd en je aanwezigheid hier vandaag wordt zeer gewaardeerd. Ik wil je ook zeker niet demotiveren. Blijf vooral bouwen aan je harmonicafiets. Roei maar eens een keer naar Rome, of naar de poolcirkel. Pruts gewoon verder aan je ontwerp en geloof zonder voorbehoud in je product.
Misschien, heel misschien, kun je dan, over een decennium of zo, je eigen Europese harmonicafietskampioenschappen organiseren.